De ronde van GalliaNooit heb ik begrepen waarom elk jaar weer miljoenen Mart Smeetsen drie weken lang dagelijks aan de buis gekluisterd zitten om naar tientallen in rijtjes en groepjes fietsende mannen te kijken. Maar gisteren drong het ineens tot me door: dat is het natuurlijk juist. Le Tour de France is zelfs, of juist, in het tijdperk van de automobiel en de Prius, een uitgesproken mannen-gebeuren. Er is geen Tour de France voor dames. Dames houden dit niet vol, een vrouwenlichaam verdraagt dit niet en zelfs de meest masculiene vrouw ziet het nut er niet van in om drie weken lang meer calorieën te verbranden dan je ooit kan eten. En er zijn geen vrouwelijke verslaggevers. Er is domweg geen enkele vrouw te vinden die dit echt LEUK vindt. C’est ça!

De Tour is een zeer mannelijk, nostalgisch, heroïsch evenement. De verschillende legers zijn strikt hiërarchisch georganiseerd in een leider, officieren, genie en voetvolk. De legers zijn uitgerust met een simpel technisch wapen en trekken door het land om het te veroveren, te bedwingen. In de bergetappes komen alle mannelijke elementen prachtig samen: ausdauer, strategie, kracht, intelligentie, techniek, materiaal, gevaar, mooie plaatjes, bejubeld worden door de massa die in een erehaag langs het parcours staat opgesteld. Het is niet voor niets dat HET wielerevenement van het jaar in Frankrijk plaatsvindt. De Fransen hebben, ondanks de ook daar oprukkende feminisering, nog steeds gevoel voor klassieke heroïek. Het enige vrouwelijke aan de Tour is natuurlijk de hysterische neiging om het gedrag van de helden te beknotten door de dopingcontroles.