let it go

Wimbledon 2011.

Helaas kan ik dit jaar alleen van het mannentennis genieten en de reden is het inmiddels veelbesproken, maar helaas nog niet verboden geschreeuw en gekreun van ongeveer een kwart van de vrouwelijke toptennisters. Sharapova, die gisteren van Lisicki heeft gewonnen, spant wat dat betreft de kroon. De hysterische oerkreet waarmee ze het moment supreme van haar (op)slag vergezeld doet gaan, is de luidste van allemaal, maar veel erger is dat ze die uitbarsting van onvermogen tegenwoordig laat overgaan in een langgerekte kometenstaart van huilend geluid van een in doodsangst verkerende jakhals die volgens mij bij elke tegenstander toch elke keer weer de koude rillingen over de rug doet trekken. Je vraagt je af of deze jammerende vrouwen eigenlijk wel plezier beleven aan hun tennis? Waarom vervuilen deze vrouwen ogenschijnlijk zonder schaamte de akoestische ruimte van prachtige grandslam tenniscourts als Wimbledon en daarmee via de massamedia ook de huiskamers van tientallen miljoenen tennisliefhebbers over de hele wereld?

Men zegt (weer zo’n mooi onderzoekje) dat bewezen is dat het ongegeneerd schreeuwen voordeel oplevert voor de schreeuwer, maar is dat dan ook een reden om het dan ook maar zonder beheersing te doen? Het schijnt dat winden laten ook heel gezond is, maar dat doen wij over het algemeen toch ook niet als we met andere mensen in een besloten ruimte staan? Interessanter is de vraag: waarom schreeuwen en kreunen mannen niet? Ik kan maar één reden bedenken en die is dat mannen veel meer eergevoel leggen in de stijl van spelen dan vrouwen. Het kan vrouwen blijkbaar geen bal schelen hoe het overkomt, als je maar windt en de prijs pakt.

Hier een stukje competitief hysterisch geschreeuw van twee top tennisters. Let it all hang out!

‘It is not a catfight, but a dogfight. It is not grunting anymore, it is roaring!’ aldus het lacherige commentaar bij de beelden.

Quote van de dag:

Theo Janssen was na afloop van het kampioensduel tegen Ajax vrij hard voor zijn team. “Je kon in deze wedstrijd zien wie de mannen waren en wie niet.”

Dat het publiek ditmaal voor de verandering als één MAN achter Ajax stond (er waren maar 1400 Twente supporters in de Arena), doet aan deze uitspraak niets af.

De ronde van GalliaNooit heb ik begrepen waarom elk jaar weer miljoenen Mart Smeetsen drie weken lang dagelijks aan de buis gekluisterd zitten om naar tientallen in rijtjes en groepjes fietsende mannen te kijken. Maar gisteren drong het ineens tot me door: dat is het natuurlijk juist. Le Tour de France is zelfs, of juist, in het tijdperk van de automobiel en de Prius, een uitgesproken mannen-gebeuren. Er is geen Tour de France voor dames. Dames houden dit niet vol, een vrouwenlichaam verdraagt dit niet en zelfs de meest masculiene vrouw ziet het nut er niet van in om drie weken lang meer calorieën te verbranden dan je ooit kan eten. En er zijn geen vrouwelijke verslaggevers. Er is domweg geen enkele vrouw te vinden die dit echt LEUK vindt. C’est ça!

De Tour is een zeer mannelijk, nostalgisch, heroïsch evenement. De verschillende legers zijn strikt hiërarchisch georganiseerd in een leider, officieren, genie en voetvolk. De legers zijn uitgerust met een simpel technisch wapen en trekken door het land om het te veroveren, te bedwingen. In de bergetappes komen alle mannelijke elementen prachtig samen: ausdauer, strategie, kracht, intelligentie, techniek, materiaal, gevaar, mooie plaatjes, bejubeld worden door de massa die in een erehaag langs het parcours staat opgesteld. Het is niet voor niets dat HET wielerevenement van het jaar in Frankrijk plaatsvindt. De Fransen hebben, ondanks de ook daar oprukkende feminisering, nog steeds gevoel voor klassieke heroïek. Het enige vrouwelijke aan de Tour is natuurlijk de hysterische neiging om het gedrag van de helden te beknotten door de dopingcontroles.