ava gardner lady in distressHet was verraderlijk glad vanochtend. Dat had ik vrij snel in de gaten. Onderweg zag ik veel mensen schuifelen met de fiets aan de hand. Hier en daar waarschuwden mensen elkaar. Halverwege mijn fietstocht, ging tien meter voor mij een jonge vrouw op haar fiets in een bocht hard onderuit. De jonge vrouw achter haar viel van schrik ook met haar fiets. Ik stopte en stapte voorzichtig af. Heel even was het stil en toen begon de eerste jonge vrouw, die inmiddels op haar billen, de benen gestrekt vooruit, naast haar fiets zat, te loeien: ‘Auuw mijn knie.’  De tweede jonge vrouw was meteen weer opgestaan en leek nergens last van te hebben. We keken elkaar even aan. Wie doet wat? Wat is er nodig? Zal de eerste jonge vrouw zich snel hervinden en zelf kunnen opstaan? Helaas, ze bleef zitten waar ze zat en het loeien ging over in luid wiegend huilen. De tweede jonge vrouw met een vrolijke bril en muts liet het graag aan mij over. Zo is de rolverdeling nu eenmaal nog steeds, ook na dertig jaar emancipatie. Ik stapte naar de gevallen vrouw in nood en boog voorover. Ze had prachtig dik rood haar.

‘Aauw, mijn knie, mijn handen’, huilde ze. Haar tranen trokken een spoor van uitgelopen mascara over haar wangen. Ze was precies op beide knieën en handen gevallen. Er zaten straatvuilvlekken op haar spijkerbroek, maar die was niet gescheurd en op de muizen van haar handen waren bloeduitstortingen te zien in de vorm van het fietspadzoab.

Ik probeerde haar aandacht af te leiden. ‘Waar moet je naar toe? Naar de Karrekiet?’ De Karrekiet is een Vmbo-school in de buurt. Het was het eerste wat in me opkwam, al had ik geen idee hoe oud ze was. Ik vind het moeilijk de leeftijd van de jeugd in te schatten tegenwoordig. Enerzijds zien de meeste er ouwelijk uit, anderzijds gedragen ze zich vaak nog erg kinderlijk. Het was alsof ze mijn gedachte kon lezen en zich aangesproken voelde.

‘Ik ben geen kleuter’, antwoordde ze boos, nog steeds huilend. Ik moest inwendig lachen. Zij wist niet wat de Karrekiet was, maar dacht blijkbaar dat het een kinderdagverblijf was en toen maakte ze de rare gedachtesprong dat ik dacht dat zij nog op de kleuterschool zat. Op zich een mooie confrontatie van vrouwelijk voelen tegenover mannelijk denken: haar reactie ging intuïtief (vrouwelijk) in op de manier waarop ik haar behandelde, al was haar reactie logisch-inhoudelijk (mannelijk) gezien onzin.

‘Ik ben vorige week ook al op die knie gevallen’, zei ze nog steeds op haar billen zittend, terwijl ze snikkend naar haar opengevouwen handen keek. ‘Hij is nog helemaal dik.’

‘Maar waarom draag je geen handschoenen?’

‘Omdat ik haast heb, zei ze weer boos, huilend, ik heb nu een vergadering op het kinderdagverblijf daar in die straat. En nu mis ik die alweer.’ Het was duidelijk dat we in een patroon van bezorgd corrigerende vader en kwetsbaar trotse dochter waren terechtgekomen. Ik zette haar fiets overeind en haar tas ernaast. ‘Niemand zal het je kwalijk nemen als je te laat komt omdat je gevallen bent op de fiets.’

‘Auuw, Ik kan niet opstaan.’ Ze huilde nog steeds, de tranen rolden over haar wangen en ze zat als een soort zoutzak op het fietspad. Je hebt van die mensen die helemaal stil vallen als het misgaat en zich overgeven aan het noodlot. ‘Kom, geef me je hand, we gaan toch proberen op te staan, want we moeten weten of je op je knie kan staan.’ Ik moest al mijn gewicht gebruiken om haar overeind te trekken op het gladde fietspad. Toen ze eenmaal stond, werd het huilen minder. Ze begon met haar vieze handen, haar tranen met de doorgelopen mascara weg te vegen, maar er kwamen nog wel nieuwe tranen. Ze had een mooi, beschaafd gezicht met prikkelende sproeten.

‘Ik was net zo blij dat de sneeuw weg was.’ Jengelde ze nog een beetje na.

‘Misschien moet je vragen of je hier bij deze garage even je handen mag wassen.’ Ze probeerde een beetje wankel haar knie te belasten.

‘Nee, ik ga maar verder naar het kinderdagverblijf. Hartelijk dank voor de hulp.’

Ik had haar natuurlijk puur invoelend, moederlijk, als een gentleman moeten benaderen en niet corrigerend vaderlijk. Maar ja, wij mannen zijn het natuurlijk inmiddels ook een beetje verleerd. Voor het plaatje bij dit stukje zocht ik op het internet op trefwoorden als ‘lady in distress’, ‘vrouw in nood’, ‘hoffelijkheid’ en ‘gentleman’, maar vond nauwelijks afbeeldingen daarvan. Hoffelijkheid, een vrouw helpen met autopech, het wordt nog steeds van ons verwacht, maar er is geen waardering meer voor. We hebben het maar gewoon te doen.